|
Ontstaan uit een corso van de schooljeugd in 1953,
maakt de jeugd ook in de jaren daarna een belangrijk onderdeel uit
van de corsostoet. Maar het corso ontwikkelt zich in kwalitatief
opzicht ieder jaar verder en de verschillen tussen 'de jeugd' en
de creaties van de buurtschappen worden steeds groter.
Het corsocomité gaat daarom eisen stellen aan de bijdragen
van de jeugdige deelnemers. Omdat het corsocomité de plannen
vooraf beoordeelt, stijgt de kwaliteit van het jeugdcorso.
In 1960 is een gemiddelde jeugdwagen ongeveer drie meter lang. Door
de hoge eisen vermindert wel het aantal deelnemers. Steeds meer
jeugdige corsobouwers gaan aan de slag bij een buurtschap. In 1966
is die ontwikkeling voltooid. Het is ook het laatste jaar van het
Valkenswaardse jeugdcorso.
In het midden van de jaren zestig bereikt dat grote corso een nieuwe
mijlpaal met meer dan één miljoen op de praalwagens
geprikte dahlia's. Het hart van het corso is natuurlijk de dahlia,
de pompon. In de beginjaren werden de bloemen thuis gekweekt en
bij een tekort aan bloemen werd er eens rond gekeken, bijvoorbeeld
bij familie. De steeds grotere praalwagens zorgen ervoor dat het
van jaar tot jaar moeilijker wordt om voldoende bloemen ter beschikking
te krijgen. Eind 1956 kan het corso een veldje van ruim 1.300 m²
in gebruik nemen.
Daarna volgen enkele verschillende locaties en vanaf begin jaren
zeventig kan grond worden gehuurd aan de Goorkes. Hier ontstaat
een dahliaveld van uiteindelijk ruim drie hectare. Gaandeweg concentreert
het corso op deze plaats de hele dahliakweek.
Omdat de eigen kweek onvoldoende oplevert voor het eigen corso,
bestaat er van oudsher een uitwisseling met andere corsogemeenten.
De dahlia is een vaste bloem die na het plukken gemakkelijk nog
enkele dagen 'goed' blijft.
In het Valkenswaardse bloemencorso is de dahlia eigenlijk alleen
maar nodig voor de kleur, een functionele decoratie. De dahlia's
komen immers als een dicht tapijt op de wagens. Daarom wordt met
de 'pompon' het strakste resultaat bereikt. In 1995 mogen als gevolg
van een bloementekort ook andere materialen worden gebruikt. Het
resultaat bevalt zo goed dat voortaan een (klein) deel van de wagen
mag worden bedekt met alternatief materiaal.
De 'priknacht' is dé nacht van Valkenswaard. De
nacht waarin prikkers vechten tegen tijd én slaap. In 1971
ligt het gemiddeld aantal dahlia's per wagen op zo'n 70.000, bijna
een verdubbeling ten opzichte van een decennium eerder.
De nieuwe tijd leidt ook tot nieuwe vormen. De vernieuwing in de
vormen komt ook omdat rond 1970 professionele ontwerpers de buurtschappen
desgewenst voorzien van een ontwerp.
Dat is ook nodig omdat het in de loop der tijd steeds moeilijker
wordt om ieder jaar weer met iets 'nieuws' te komen. De plannen
moeten origineel zijn, geen imitatie of lijken op die van eerdere
jaren.
Gaandeweg worden de onderwerpen abstracter en bieden daardoor meer
ruimte voor verbeelding en fantasie, van bouwer én toeschouwer.
Maar ook trekken buurtschappen 'eigen' ontwerpers aan. Zo krijgt
de 'eerste generatie' ontwerpers gezelschap van vele andere artistiek
begaafde Valkenswaarde-naren. Vanaf 1996 vindt er een presentatie
plaats van alle corso-ontwerpen op Hemelvaartsdag.
Op 1 augustus 1973 komt de stichting Bloemencorso
Valkenswaard tot stand. Het doel van de stichting is de jaarlijkse organisatie
van een bloemencorso in Valkenswaard.
>
Lees verder: Meer dan alleen het corso (1972-1985)
>
Terug naar inhoud Corsohistorie
|