|
Vanwege het 40ste officiële corso in
1993 zetten ontwerpers en bouwers er dat jaar ook extra de schouders onder.
Vandaar dat de magische grens van drie miljoen verwerkte dahlia's in 1993
voor het eerst wordt overschreden, tien jaar na het passeren van de twee-miljoen-grens.
Verschillende wagens zijn getooid met meer dan 240.000 dahlia's..
In 1986 zijn de wagens gemiddeld al twaalf meter lang
en vergen elk tussen de 100 en 150.000 dahlia's. De almaar uitdijende
wagens stellen de bouwers niet alleen voor steeds grotere technische
uitdagingen, maar leveren ook risico's op. Risico's qua stabiliteit,
draagkracht en bestuurbaarheid.
Een gewicht per wagen van enkele tonnen is in deze periode geen
uitzondering. Er komen dan ook geregeld mankementen aan de wagens.
Vandaar dat midden jaren tachtig de Technische Commissie ontstaat.
Geleidelijk worden de verouderde onderstellen vervangen door moderne
DAF-onderstellen die dertig ton 'aankunnen'.
De gebruikte materialen wijzigen in de loop der jaren. In het begin
zijn hout, stro en zachtboard favoriet. Maar al snel gaan de bouwers
over op gaas dat speelsere vormen mogelijk maakt. Later komt betonijzer
sterk op als basis-materiaal. Het daarop aangebrachte gaas blijft,
beplakt met vele lagen kranten of karton, door de jaren heen een
favoriete ondergrond. Ook andere materialen als piepschuim en papier-maché
worden in voorkomende gevallen gebruikt.
Met behulp van vele honderden kilo's naalden brengen de prikkers
vervolgens de dahlia's daarop aan. Het opprikken van de dahlia's
is de 'finishing touch' van de wagenbouw.
De bouwtijd die in het begin een kwestie is van dagen of een enkele
week, loopt gelijk op met de toegenomen omvang van de wagens. In
het midden van de jaren zeventig duurt het bouwen twee maanden,
maar later verschijnen al voor de zomervakantie de de bekende blauwe
en groene bouwtenten in het Valkenswaardse straatbeeld.De praalwagens
zijn in de eerste fase van het corso qua opbouw eenvormig, statisch
en nagenoeg symmetrisch.
Op basis van een jury-aanbeveling zet begin jaren zestig een ontwikkeling
in naar een meer dynamische opbouw.
De wagens krijgen daardoor ook een minder logge en massieve aanblik.
De bouwers slagen er in die jaren steeds beter in te variëren
in vormen.
Eind jaren zeventig zet een brede trend in van bewegende delen op
de wagen. Later gaat in bijna alle wagens 'de guts in de vlakke
wanden', hetgeen een prachtig ruimtelijk effect oplevert.
De steeds voortgaande technische vernieuwing resulteert in grote
indrukwekkende praalwagens. Maar de grenzen komen in zicht en het
besef ontstaat dat vernieuwing op een ander vlak verder inhoud moet
worden gegeven.
In het begin van de jaren '90 ontstaat een sponsorplan
dat uiteindelijk leidt tot de instelling van een groep 'Ambassadeurs
van het corso', onder voorzitterschap van de Valkenswaardse burgemeester.
Hierdoor krijgt het corso een bredere basis voor de vaste inkomsten.
Een andere verandering die in deze periode onder voorzitter Michiel
Mostermans tot stand komt, is de instelling van redelijk zelfstandige
commissies die elk een deel van het vele corsowerk op de schouders
nemen. Zij nemen het corsobestuur veel werk uit handen en zo ontstaat
een 'bottom-up' organisatiestructuur en meer betrokkenheid. Maar
ook een stijgende behoefte aan coördinatie, een blijvend punt
van aandacht voor de organisatie in de jaren negentig.
>
Lees verder: Naar een thematisch corso en terugkeer figuratie
(1994-2000)
>
Terug naar inhoud Corsohistorie
|