|
Een bijzonder corso vindt plaats in 1994.
In dat jaar is het immers precies vijftig jaar geleden dat Valkenswaard werd
bevrijd. Dit is voor de gemeente Valkenswaard reden voor een feestweek met
als opening het bloemencorso. Vandaar het verzoek van de gemeente het corso
1994 thematisch in te richten. Na de nodige discussies honoreert het corsobestuur
dit verzoek en stelt als thema 'Verhalen van vrijheid' vast. Het wordt een
bijzonder bloemencorso, voorafgegaan door een optocht van kinderen in versierde
vervoermiddelen en gevolgd door samen met de gemeente georganiseerde activiteiten
als een taptoe op de Markt en de officiële ontsteking van de Valkenswaardse
lichtjesroute.
Omdat het thematische karakter velen blijkt
aan te spreken, krijgt het corso vanaf 1994 elk jaar een thema. Dit wordt
wel altijd zo 'breed' mogelijk gehouden, om de artistieke vrijheid van de
ontwerpers niet al te zeer te beknotten. Door het thema krijgt de corsostoet
meer eenheid, zonder dat de diversiteit van de wagens er onder lijdt. Om deze
eenheid te versterken bepaalt niet langer het lot de volgorde van de wagens,
maar de Regiecommissie.
In de daarop volgende jaren krijgt de ingezette
vernieuwing van het corso verder gestalte. Vernieuwing is nodig, de 'corsoconsument'
van 1995 is immers een andere dan die van 1965. Het publiek, verwend door
velerlei vormen van vermaak, verwacht inmiddels meer dan '15 wagens die over
de weg gaan'. Extern onderzoek bevestigt deze tendens, maar geeft ook oplossingsrichtingen.
De belangrijkste daarvan is de optocht van praalwagens aantrekkelijker, boeiender
en levendiger te maken. Zo wordt met name het theatrale aspect
in de stoet van praalwagens tot ontwikkeling gebracht.
Na een tijdperk van technische ontwikkelingen breekt halverwege de jaren negentig
een periode aan waarin de nadruk komt te liggen op de vormgeving en de aantrekkelijkheid
van het corso als geheel. Het 'theatrale' van de parade komt met name tot
uiting in beweging op en rond de wagen, en het krijgen van contact met het
publiek, figuratie dus. Verder zorgen niet alleen
muziek- maar ook majorettekorpsen uit binnen- en buitenland zorgen voor vermaak.
Het corso van 1995 is het eerste uit een reeks waarin
figuratie duidelijk terug is in de stoet. Figuratie niet alleen
op, maar met name ook rond de wagen. En dat is duidelijk nieuw.
Het corso krijgt daardoor meer dynamiek en er ontstaat interactie
met het publiek.
Maar de ontwikkeling kost tijd en een goede figuratie, afgestemd
op het onderwerp, is duidelijk een nieuwe 'tak van sport' waaraan
de buurtschappen moeten wennen en waarvoor zij tijd nodig hebben.
Datzelfde geldt voor de jury. In de stoet van 1998 begint het vernieuwingsproces
echt vruchten af te werpen. Maar doordat steeds meer wagens 'eigen'
muziek meevoeren, neemt het aantal deelnemende korpsen af. Ook wijzigt
hun rol. Die ontwikkelt zich meer en meer tot het vermaken van het
publiek op die momenten dat er geen corsowagens zichtbaar zijn.
>
Lees verder: Nieuwe technieken en D-day (2001-2007)
>
Terug naar Corsohistorie
|